
We zitten op donderdagochtend, gezellig in het voorjaarszonnetje in het gras voor de Parkkerk in Leeuwarden. Ik mag atelier-coördinator Marcel en twee studenten, Willem en Rianne, interviewen. Ik weet niet wat ik kan verwachten.
Als eerste stelde ik me even voor en vertel dat ik sinds een half jaar bij NHL Stenden werk als interviewer en ook dat ik ervaringsdeskundige ben omdat ik psychoses heb gehad.
Studenten doen bij NHL Stenden onderzoek naar praktijkvraagstukken in praktijkateliers. Daarin worden zij ondersteund door docenten en wordt er actief samengewerkt met mensen uit de regio. Het atelier Sociale Verbondenheid wordt begeleid door Marcel en Richtje van NHL Stenden en Rachel van Firda. De studenten die onderzoek doen in dit atelier volgen verschillende opleidingen, bijvoorbeeld Verpleegkunde, Social Work, of zoals Rianne Pedagogiek en Willem studeert voor docent 2e graad Wiskunde.
Marcel legt uit hoe dit atelier tot stand is gekomen. “Het Atelier Sociaal Domein bestaat al zes jaar. Het doel van ateliers is om bij te dragen aan oplossingsrichtingen voor vraagstukken die in de wijk spelen, zoals eenzaamheid onder jongeren. Studenten, het bedrijfsleven, instellingen en inwoners werken hierin samen. Inmiddels is het atelier Sociaal Domein samengegaan met de Kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag Friesland. Samen zijn we het Atelier Sociale Verbondenheid en hierin nemen studenten van het HBO, MBO èn verschillende Masteropleidingen deel aan (werkelijke en) bredere vraagstukken op het gebied van mentale gezondheid.”
Ik vraag Marcel of de ontworpen producten ook echt in de praktijk worden toegepast.
“Dat is een lastige vraag. Dat is wel de intentie, alle vraagstukken worden in en met de praktijk opgepakt. Er worden vaak producten ontwikkeld maar de projecten duren een half jaar en soms is dat te kort voor het ontwikkelen van een goed doordacht prototype. Wat vooral belangrijk is, is dat gedurende de periode van het atelier er gewerkt wordt aan een actueel vraagstuk waarin samen nagedacht wordt over oplossingsrichtingen. Deze zoektocht tijdens het onderzoek levert voor zowel de studenten als de betrokken veel inzichten op die bijdragen aan meer inzicht in het vraagstuk, een verbreding van het netwerk en soms een andere visie op het vraagstuk. Hier wordt door de opdrachtgevers veel waarde aan gehecht. Er wordt altijd interdisciplinair samengewerkt en daar ligt een grote kracht. Vanuit verschillende referentiekaders en blikvelden kom je tot andere gesprekken die helpen om elkaar beter te begrijpen en die ook kunnen bijdragen tot andere inzichten. Soms is het ook lastig want we spreken verschillende talen.”
Student Willem vertelt over zijn aandeel in het onderzoek. “Ik hou me, met een paar andere studenten bezig met het vraagstuk rondom jongeren die eenzaam zijn. De drempel om steun te vragen blijkt heel hoog te zijn. Er is echt nog schaamte en stigma op praten over je mentale gezondheid. Het is wel iets waar vroeg of laat iedereen tegen aan loopt. Het is dus belangrijk dat er minder stigma zou zijn. Tijdens de eerste verkenning van het thema samen met jongeren ontstond het idee van een buddy die mee naar een steunpunt kan gaan wanneer jongeren eenzaam zijn.”
Ik vraag of hij ook contact heeft met de jongeren voor het onderzoek.
“Ik heb contact met mijn vrienden en studiegenoten maar nog niet specifiek met jongeren die eenzaam zijn en voor wie de drempel om naar een steunpunt te gaan te hoog is”. Hij staat nog aan het begin, maar is het wel van plan. “Ik heb wel contacten met middelbare scholen die ik kan inzetten. Je kan er bijvoorbeeld iets over vertellen in mentorlessen. Ook ben ik van plan om naar een inloopplek in Leeuwarden te gaan. We zijn met z’n vijven dus we kunnen splitten en zoveel mogelijk informatie vergaren.”
Ik vraag aan Marcel of hij een pareltje kan beschrijven: een situatie die hij in het atelier tegenkomt dat indruk op hem maakt.
“Voor mij zijn vooral de momenten waarin we leren door iets te ervaren de pareltjes. Ik heb regelmatig dit soort ervaringen in het atelier. Vandaag hebben we bijvoorbeeld een denktank-bijeenkomst georganiseerd waarvoor we mensen uitnodigen die in de regio werken met het vraagstuk waar we mee bezig zijn. Zo hadden we ook een jongen uitgenodigd die zelf ervaring heeft met mentale problemen en andere jongeren coacht vanuit maatschappelijke diensttijd (MDT). Gisteravond stuurde hij mij nog een berichtje dat hij zou komen maar vanmorgen liet hij mij weten dat het toch niet lukte om te komen omdat de drempel te hoog was. Hij vond het te spannend. Dát is precies waar het over gaat in het vraagstuk waar we in het atelier mee bezig zijn. Wij kunnen ontmoetingsplekken en steunpunten ontwikkelen voor mensen die eenzaam zijn, maar in dit atelier en zeker tijdens het contact met deze jongen zien we kwetsbaarheid van mensen, dat raakt mij. Wij kunnen geen oplossingen voor hem bedenken zonder hem daar persoonlijk bij te betrekken. We zijn nu in contact en hij zoekt naar een manier om toch te komen. Hij wil dat graag samen met iemand doen, dan voelt het beter voor hem.
Ik vertel dat ik het eerlijk gezegd vanmorgen ook een beetje spannend vond om te komen. Die spanning is nu wel weer weg.
Marcel zegt dat hij dacht dat hij dat had gezien toen ik binnen kwam en stelt me er een paar vragen over.
“Jij stapte in die spanning, ik zag dat en je hebt doorgezet, maar vertel eens: wat heeft jou geholpen, of wat deed je om om te gaan met die spanning en wat hielp erbij om de spanning af te laten nemen? Want ik vind het dapper van jou.”
Ik begin ermee te zeggen dat Marcel alles ziet. “Dat krijg je met mensen die in de zorg werken. Die zien dat. Ik ben toch naar de bijeenkomst gegaan omdat ik weet dat als ik het niet doe, ik mezelf een leuke dag ontneem. Misschien even voor het algemene verhaal: Ik had hier vroeger helemaal geen last van. Toen was ik juist erg outgoing. Maar door hetgene wat ik heb meegemaakt (psychoses) ben ik toch een beetje beduusd geraakt. Ik heb mezelf een beetje moed ingesproken “van kom op Myrrhe” en ik heb van tevoren even rust genomen.”
“Ja” zegt Marcel “En wat deed je toen je binnenkwam om jezelf te helpen om zo om te gaan met de situatie?” Ik vraag aan Marcel wat hij bedoelt “ik zag je binnenkomen, je keek wat om je heen en je zocht een rustig plekje op, ik zag dat je je je spullen ordende om even te wennen en je maakte niet gelijk met iedereen contact” Lachend zegt Marcel.
“En misschien hoopte je dat iemand het ziet en je een kop koffie zou brengen.”
Ik moet eerlijk toegeven dat ik dat deed en dat het mij hielp om te wennen aan de nieuwe situatie. Zo gek dat ik daar nu rekening mee moet houden, want vroeger ging ik gewoon alleen op reis, backpacken naar Thailand en dat soort dingetjes. Ik ben geëmigreerd naar Amerika om daar te werken. Dat doe je ook niet zomaar. Mensen zijn kwetsbaar. Veel lachen helpt en misschien ook maar gewoon de lol er een beetje van inzien.
Marcel: “Dit is een pareltje. Je vertelde eerder ook heel duidelijk dat iedereen mentale klachten kan krijgen, Is dat ook een gedachte die jou helpt? Zie je dat ook gebeuren? Zie je dat iedereen worstelt? Nou, dat is waar het over gaat eigenlijk in het atelier. Ik krijg hier kippenvel van.”
Myrrhe: “Iedereen worstelt wel. Iedereen heeft z’n mindere dagen en z’n betere dagen. Er kan ook gewoon iets gebeuren in de omgeving waardoor je van slag raakt.”
Marcel: “Ik vind het mooi en heb het bij mezelf ook moeten leren kennen met migraine. Ik heb zoveel migraine gehad dat ik het op een gegeven moment aan voelde komen. Niet dat ik pijn in m’n kop kreeg, maar dat ik aan mijn gedrag kon merken van “Oh ja nu doe ik het weer. Als ik nu niet even een stapje terug doe dan lig ik morgen met vlekken in bed te kotsen.” Ik heb het moeten leren. Bij mij werkt het zo om die signalen te herkennen en erger te voorkomen.”
Marcel vraagt aan de studenten wat zij ervan vinden.
Rianne stelt een aantal vragen over psychoses wat bijvoorbeeld de trigger was. Ik vertel dat dat mijn drukke baan in Amerika was en dat ik daarna in opleiding tot psychiater was.
Willem: “Jij bent zo gepassioneerd (tegen Marcel). Je kan dingen gewoon ruiken. Je zou zo nog drie uur door kunnen praten.”
Iedereen lacht.