
Je staat op het perron te wachten op je trein. Verderop staat een schreeuwende man met zijn armen te zwaaien. Je trein komt eraan, dus je doet wat veel mensen doen: je loopt met een grote boog om de man heen en stapt in de trein.
Het is een herkenbare situatie en herkenbaar gedrag: wat we niet snappen of begrijpen gaan we liever uit de weg. Maar vaker wel dan niet raken verwarde personen -zoals de man op het perron- daardoor juist verder verwijderd van zorg en herstel. Nynke Boonstra, lector Zorg & Innovatie in de psychiatrie bij NHL Stenden, verpleegkundig specialist GGZ en directeur zorg bij KieN VIP en hoogleraar bij UMC Utrecht, en Charlotte van der Wall, klinisch psycholoog en directeur zorg bij KieN pleiten voor een andere kijk op verward gedrag. Ze lichten 3 misverstanden uit.
In Westerse samenlevingen wordt iemand die stemmen hoort gezien als ‘gek’ of als iemand waar je met een boog omheen moet lopen. “Terwijl in andere culturen in bijvoorbeeld in bepaalde delen van Indonesië mensen die stemmen horen boven de rest van de bevolking worden geplaatst. Want zij hebben een gave”, zegt Nynke. Het is een semantische discussie maar wel een belangrijke volgens de onderzoekers. “Mensen zijn niet per definitie verward, maar wij begrijpen het gedrag niet. Dus gaan we het uit de weg uit angst voor ongemak. Maar je kunt ook inspanningen doen om het wél te begrijpen”, zegt Charlotte. “Mensen hebben van alles meegemaakt. En die verhalen raken we soms een beetje kwijt”, vult Nynke aan.
Van de man op het perron zou je denken dat hij vast nog geen hulp krijgt. Maar klopt dat wel? De politiemeldingen rond onbegrepen gedrag stijgen al jaren. De makkelijke conclusie: er zijn steeds meer mensen die buiten de zorg vallen. Niet helemaal waar, zegt Nynke. “Tweederde van de door de politie gelabelde ‘verwarde personen' is al in beeld bij de psychiatrie of de verslavingszorg. Die mensen krijgen al hulp, maar ze kunnen niet worden opgenomen. Na jaren van bezuinigingen, en een andere visie op herstel en participatie zijn er simpelweg te weinig bedden. We zien dus meer gedrag dat we niet kennen in de wijken en steden. Dit gedrag zagen we vroeger veel minder omdat mensen dan op ggz terreinen verbleven. Daarnaast speelt het gebrek aan geschikte woonplekken een rol.” Ook Charlotte plaatst daar een vraagteken bij. “Je kan ook zeggen dat we meer melden omdat we minder oplossen. Omdat we zelf minder contact maken met onze medemens.”
Onbegrepen gedrag vraagt om een verwijzing naar de GGZ, denken we al snel. “Maar daar waar het probleem ligt, ligt niet altijd de oplossing”, zegt Charlotte. Als klinisch psycholoog pleit ze natuurlijk niet tegen professionele hulp. Maar als mensen onder elkaar kunnen we ook al heel veel bereiken, vindt ze. “Als we wat meer met elkaar in gesprek gaan en kwetsbaarder durven te zijn, zou dat al heel erg kunnen helpen.” En als er wel professionele hulp aan te pas komt, ligt daar ook nog een valkuil. “Het helpt natuurlijk niet om bij een gezin binnen te komen, te vertellen hoe het moet en de deur weer achter je dicht te doen”, zegt Nynke. “De winst zit niet in overnemen, maar in verbinden: niet alleen met de persoon die hulp nodig heeft en zijn naasten, maar ook tussen hulpverleners onderling, die nu soms nog langs elkaar heen werken.”
Wie de drie misverstanden naast elkaar legt, ziet een rode draad: onbegrepen gedrag is geen probleem dat de politiek of de GGZ in hun eentje oplossen. “Dit is iets wat ons allemaal raakt”, zegt Nynke. “In Friesland heet dat bouwen aan de mienskip (werken aan de gemeenschap). Dat klinkt groot, maar begint klein en concreet. “Bij KieN hebben we op vrijdagmiddag het KieNplein. Een laagdrempelige plek waar mensen gewoon binnen kunnen lopen voor een kop koffie en wat contact. Zonder diagnose.” Maar ‘samen doen’ vraagt ook iets ingewikkelds van de organisaties die met deze mensen werken. “Vaak zijn er veel partijen tegelijk betrokken: de GGZ, verslavingszorg, opvang, een gebiedsteam”, zegt Nynke. “En als de spanning oploopt, trekt iedereen zich terug binnen de eigen muren. En dan zit de cliënt klem. De winst zit niet in nog een protocol, maar in als professionals de verbinding met elkaar opzoeken, ook als het schuurt. Hier kunnen leernetwerkern bij ondersteunen”
Hoe dat anders kan, wordt volop onderzocht vanuit de Kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag Friesland: in mentale gezondheidsnetwerken die per regio in kaart brengen wat er is en wat ontbreekt, in leernetwerken rond concrete casuïstiek, en in ateliers waar aan steunpunten in wijken wordt gewerkt door studenten en ervaringsdeskundigen. En soms begint dat ‘anders’ bij jezelf, vindt Charlotte. “Ik kom oorspronkelijk uit Amsterdam. En daar is het natuurlijk superdruk en zien veel mensen hun medemens niet altijd staan. Maar laatst zag ik iemand mompelen bij de parkeerautomaat. Ik ben erop afgelopen en heb een praatje gemaakt over het weer. En ik heb hem ook een tientje gegeven. Dat wil niet zeggen dat hij daar per se mee geholpen is. Maar daardoor voelt hij zich misschien wel gezien. En dat is een fijn startpunt.”
Dit artikel verscheen origineel op 1 juni op de website van NHL Stenden Hogeschool.